Informatie - Geschiedenis VORIG MENU 

Raalte ondergronds
Midden-Salland was tot voor kort grotendeels een blinde vlek op de archeologische kaarten van de provincie Overijssel. Dat er ook in dit gebied in prehistorische tijden bewoning is geweest blijkt uit vondsten in de gemeente Raalte. Bij de aanleg van het industriegebied De Zegge werd in 1993 een grafveld uit de vijfde eeuw v.C. ontdekt. Een grote verrassing voor archeologen omdat er in deze regio nog nauwelijks vondsten waren gedaan die op een zo vroege bewoning wezen. De nederzetting die bij het grafveld hoorde, moet vrijwel zeker op de Raalter enk gelegen hebben en de oerkern hebben gevormd van het huidige Raalte. Bij verder archeologisch onderzoek op het toekomstige industriegebied zijn veel sporen van middeleeuwse boerderijen ontdekt.

De Raalter enk
In Oost-Nederland worden veel archeologische vondsten gedaan in oude landbouwgronden. Deze zogenaamde enken zijn vanaf de middeleeuwen opgehoogd met plaggen, waardoor er soms wel een metersdikke humusrijke laag is ontstaan. Hieronder kunnen de oudere archeologische sporen eeuwenlang blijven liggen zonder ontdekt te worden. Dit geldt ook voor de Raalter enk waartoe ook het terrein van De Zegge behoort. Totdat de spade de grond in gaat voor exploitatie van een terrein, is men onwetend van eventuele oude bewoningssporen.



Grafgebruiken
Werden de doden voor 1000 v.C. nog begraven, na die tijd ging men grotendeels over tot het cremeren van de overledenen. Dit gebruik heeft voortgeduurd tot de opkomst van het christendom in Nederland omstreeks 800 n.C. De doden werden op brandstapels verbrand met eventuele bijgaven. Na de verbranding werden de beenderresten en soms wat houtskool van de brandstapel verzameld en in een kuiltje bijgezet, al dan niet in een urn. Deze urn was zomaar een pot die men uit het huishoudelijk aardewerk nam. Het hoefde niet de mooiste te zijn. In de urnenveldenperiode werden om de crematiekuilen vaak ronde kringgreppels gegraven.

Pas vanaf 500 v.C. treden de brandheuvels op, die in tegensteIling tot de vroegere periode over de brandstapels werden opgeworpen. Het grafveld te Raalte zal heel kort na de urnenveldenperiode zijn aangelegd, omdat er nog maar enkele crematiekuilen voorkomen. Het compleet opgegraven grafveld bestaat uit een flink stelsel van greppels met daarbinnen meest vierkante vakken, die in omvang varieren van 3 bij 3 meter tot 9 bij 9 meter. Op een oppervlakte van 60 bij 50 meter zijn 68 vakken geteld. Men heeft het stelsel zo mooi kunnen blootleggen omdat deze greppels duidelijk als grijze banen, door het gele zand van de vakken lopen Een tweede groep van grondsporen is de vondst van elf crematiekuilen.

Gevonden voorwerpen
Er zijn in het grafveld drie soorten vondsten gedaan, namelijk resten van crematies, houtskoolbrokjes van de brandstapels en aardewerk. Over de crematieresten is nog weinig bekend. Over de houtskoolresten is inmiddels wel duidelijkheid. Bijna alle houtskoolmonsters blijken berkenhout te bevatten Als bijmenglng is hout van de den, els, eik en es gevonden Bij twee van de elf gevonden crematies zijn handgemaakte aardewerken potjes gevonden Deze bijpotjes, eenvoudig aardewerk, lagen in de compacte hoopjes crematieresten

Vroege bewoning
Er is geen grafveld zonder nederzetting. De mensen, die in het grafveld op De Zegge hun laatste rustplaats vonden, hebben niet op diezelfde plek gewoond. Waarschijnlijk woonden zij op de plaats van de huidige Raalter enk. Daar zijn namelijk bij booronderzoek sporen gevonden die wijzen op een nederzetting uit de ijzertijd (800 v.C. -0). Hemelsbreed liggen het grafveld en de ijzertijdnederzetting ruim 300 meter van elkaar af. Dit is een heel normale afstand omdat elders in Ovenjssel enkele malen is vastgesteld dat nederzetting en bijbehorend grafveld 200 tot 1000 meter uit elkaar kunnen liggen. Op basis van onderzoek kan gezegd worden dat een gemiddelde ijzertijdnederzetting twee tot drie boerderijen telde met gemiddeld zes bewoners per boerderij, waardoor het dorp zo'n twaalf tot achttien personen telde. Het grafveld van de Zegge, dat ongeveer zeventig doden kon herbergen, kan dus vier generaties lang in gebruik zijn geweest.

Germaanse ijzerindustrie
Bij de aanleg van de nieuwbouwwijk Hordelman te Heeten zijn in 1994 uitzonderlijke sporen van vroege bewoning gevonden. Onder de circa 1 meter dikke enk zijn de overblijfselen blootgelegd van een nederzetting uit de derde en vierde euw van onze jaartelling. Helaas zijn de nederzettingssporen onvolledig omdat een groot deel onder de Dorpsstraat met aanliggende bebouwing gelegen moet zijn. Van de Germaanse nederzetting is wel een omheind kamp uit de eerste helft van de vierde eeuw bijna volledig opgegraven Het 110 bij 80 meter grote kamp is van interlokale betekenis geweest. De grote economische betekenis had het te danken aan een omvangrijke ijzerproductie. Onderzoekers hebben namelijk een enorme hoeveelheid ijzerslakken binnen en buiten het kamp gevonden. Deze moeten afkomstig zijn geweest uit enkele honderden ijzerovens, waarvan er nog enkele zijn teruggevonden. Het ijzer werd gesmolten uit moerasijzererts (ijzeroer), dat in de directe omgeving van Heeten voorkwam. Het gesmolten ruwe ijzer werd vrijwel zeker in het kamp zelf tot eindproducten verwerkt. Er is in ieder geval een groot aantal werkschuren met verdiepte bodems langs de omheining gevonden, waar smeden in gewerkt kunnen hebben. De eindproducten zijn niet aan het licht gebracht. Deze zijn natuurlijk verkocht en naar elders vervoerd, maar waarschijnlijk zijn het wapens, zoals zwaarden, geweest. Het is immmers niet logisch om een omheind kamp te maken om 'spijkers' te fabriceren.